Deze pagina is nog in ontwikkeling. We hebben er nu voor gekozen om u in ieder geval de benodigde informatie te geven over unit 1. We hopen deze pagina spoedig ook te vullen met leuke nieuwsitems over Unit 1 die u nu ook op Klasbord kunt lezen.

(22-10-2015)

30721266_M

Een dag in een kleutergroep heeft vaste ingrediënten; de volgorde van de activiteiten kan per dag en per groep verschillen.

Dagopening:
Op sommige dagen beginnen we met een inloopmoment. De kinderen mogen dan kort een spel spelen of een boekje lezen. Daarna gaan ze in de kring en mogen de kleuters hun “ei” leggen: vertellen over wat hen bezighoudt. Iedere dag worden er hulpjes aangewezen die er samen met de voorzitter (ook een kind) voor zorgen dat de kring goed verloopt. Zij kiezen een kind uit dat wat mag vertellen en corrigeren kinderen die moeite hebben met de gespreksregels. Na de kring vertelt de leerkracht wat de plannen zijn voor de dag en mogen de kinderen een activiteit kiezen.

Werkles:
Iedere ochtend vindt de werkles plaats. Tijdens deze les mogen de kinderen kiezen uit een aantal activiteiten, zoals een knutselopdracht of een spelopdracht. Ieder kind doet wekelijks een aantal verplichte activiteiten. De jongste kleuters moeten in ieder geval twee opdrachten maken en de oudste kleuters minimaal drie. Natuurlijk worden de kinderen gestimuleerd om er meer te maken.

Werken naar keuze:
‘s Middags is er arbeid naar keuze. De leerlingen mogen via het “keuzebord” een spelactiviteit kiezen. Ze hangen dan hun naam onder de activiteit, zodat de leerkracht kan zien wat ze gaan doen. De leerkracht gebruikt deze tijd voor het observeren en begeleiden van kinderen.

Kringactiviteiten:
Meerdere keren per dag doet de leerkracht activiteiten met de groep in de kring. Doel van deze activiteiten is het stimuleren van de taalontwikkeling en de ontwikkeling op het gebied van voorbereidend lezen en rekenen. Voorbeelden van kringactiviteiten:

  • voorlezen
  • rijmspelletjes
  • telactiviteiten
  • introduceren van een nieuw thema
  • woordveld maken
  • motoriek spelletjes
  • enz., enz.

Kleuters hebben behoefte aan beweging. Daarom wordt ieder dagdeel een bewegingsactiviteit met de kinderen gedaan. Naast het buitenspelen op het plein gaan de kinderen op dit moment één keer per week gymmen in het speellokaal.

De gymlessen hebben een wisselend karakter: de ene keer met toestellen en de andere keer doen de kinderen met de leerkracht zang-, tik,- en renspelletjes (dit wordt een spelles genoemd). Voor de gymlessen van de kleuters wordt de methode Bewegingsonderwijs in het Speellokaal gebruikt. Een apart onderdeel van deze methode is Bewegen op muziek, dat de kinderen stimuleert om op muziek te bewegen. Voor dit onderdeel wordt ook iedere week tijd ingeruimd. De kleuters hebben voor de gymlessen gymschoenen en gymkleding nodig. De gymkleding wordt bewaard in een grote bak.

Naast de leeractiviteiten doen we ook muziek en drama met de kinderen in de kring. We maken hier gebruik van de methode: Moet je doen. Op een speelse manier leren de kinderen technische vaardigheden waardoor ze zich leren te uiten.

In de kleutergroep werken we thematisch. Een thema wordt meestal in drie weken uitgewerkt. Tijdens deze projecten komt een veelheid van taal-, reken- en knutselactiviteiten aan bod. Natuurlijk zingen wij ook liedjes die met het thema te maken hebben.

De groepsleerkracht bereidt de projecten voor door een verscheidenheid aan opdrachten te bedenken die door de kinderen in groepjes kunnen worden uitgevoerd. Hierdoor maken de kinderen op verschillende manieren kennis met het thema. Gedurende het thema wordt ook gebruik gemaakt van materiaal van de plaatselijke bibliotheek en van het internet.

Naast de projectmatige lessen wordt in de kleutergroep ook gebruik gemaakt van methodisch materiaal. Ook voor de kleuters worden de methodes Leeslijn, Novoskript en Alles telt ingezet. Daarnaast volgen de leerkrachten de leerlijnen vanuit de werkmap Fonemisch bewustzijn en de werkmap Gecijferd bewustzijn. De lessen in deze methodes bieden voorbereidende lees-, schrijf- en rekenoefeningen. Daarnaast maken we ook gebruik van de methode Moet je doen voor handvaardigheid, kunstzinnige vorming en muziek. Waar mogelijk sluiten we aan bij gezamenlijke projecten die door de hele school worden gevolgd.

Dagritmekaarten: dit zijn kaarten waarop staat afgebeeld welke activiteiten er worden gedaan in de groep. Door deze per dagdeel in de goede volgorde te hangen, weten de kinderen precies wat ze gaan doen en hoe ver de dag is gevorderd. Tevens wordt de kinderen geleerd om met de klok te werken

De kleuren van de week: in elk lokaal hangt een schema waarop de kleuren van de week staan vermeld: maandag = blauw, dinsdag = geel, woensdag = rood, donderdag = groen en vrijdag = oranje. Zo komen begrippen: gisteren, vandaag, morgen, overmorgen e.d. aan bod.

Symbool: alle kinderen hebben een eigen plaatsje aan de kapstok met daarop een plaatje en hun naam. Als ze gaan werken op de computer hebben ze ook hun eigen plaatje dat hun toegang geeft tot de methode gerelateerde programma’s.

Keuzebord: de middag heeft een ‘spelend’ karakter. Hiervoor maken we gebruik van een kiesbord. Op dit bord staan de activiteiten gevisualiseerd met behulp van magnetische kaarten. De leerkracht bepaalt van tevoren welke activiteiten de kinderen kunnen kiezen. Om de beurt mogen de kinderen hun eigen magnetische kaartje bij de gekozen activiteit hangen.

Spelmaterialen: kleuters ontdekken de wereld om hen heen door middel van spel. Daarom vinden wij het belangrijk dat er veel spelmateriaal aanwezig is en bieden wij kinderen veelvuldig de gelegenheid om te spelen. Hierbij worden ook de huishoek en de bouwhoek ingezet.

Knutselmaterialen: in de klas staat een knutselkast. In deze kast staan de scharen, plaksel- en lijmpotjes, verf, potloden, stiften, papier e.d. Wij bieden de kinderen de gelegenheid te experimenteren met deze materialen en geven tijdens de werkles gerichte knutselopdrachten, waarbij kinderen een bepaalde techniek wordt geleerd. Ontwikkelingsmaterialen: ‘spelletjes uit de kast’, zo worden de ontwikkelingsmaterialen uit de kast genoemd. Het zijn materialen die een bepaalde vaardigheid aanleren en daar in oefenen. Enkele voorbeelden: puzzels, memory, kralenplank, mozaïek, gezelschapsspelletjes en reken- en taalspelletjes. Er zijn inmiddels veel materialen aanwezig.

Vanaf unit 1 maken de kinderen al kennis met de Engelse taal. De leerkracht doet een ketting om en verandert daarmee in een Engelse juf. Er wordt vanaf dat moment alleen Engels gesproken door de leerkracht en zij maakt veel gebruik van gebaren en flitskaarten. In de eerste jaren gaat het om het aanbieden van woorden en korte teksten en het voorlezen van prentenboeken. Ook worden er Engelse liedjes aangeleerd.

Er wordt gewerkt met een stoplicht in de klas. Als het stoplicht op rood staat moeten de kleuters stil werken en mogen ze de leerkracht even niets vragen. Staat het op oranje, dan mogen ze alleen maar zachtjes overleggen en bij groen licht zijn er vrije activiteiten, zoals de kleine pauze.

De computers worden door alle kleuters gebruikt. Veel aandacht wordt besteed aan de programma’s die bij de verschillende methodes horen. De kinderen volgen een eigen leerweg en deze wordt op de computer vastgelegd. Natuurlijk spelen de kinderen ook spelletjes op de computer, maar die hebben altijd een educatief karakter.

In de kleutergroep wordt ook gewerkt met de methode Goed gedaan!. Om de week wordt hier 1 les uit gegeven. Ook wordt er veel aandacht besteed aan deze vaardigheid door middel van spelletjes, rollenspel en overige kringgesprekken.